BEROEPENMARKT

52 Special Beroepenmarkt Waarom is een opleiding nodig? “Er zijn veel regels en voorschriften over veilig vliegen met drones. Wettelijk gezien moeten professionele gebruikers van drones een vergunning en een brevet hebben om ermee te mogen vliegen.” Welke achtergrond heb je nodig? “De opleiding staat open voor mensen van minimaal 18 jaar oud, met MBO-denkniveau en die medisch goedgekeurd zijn. Dat is dezelfde test die piloten moeten doorstaan.” Hoe ziet het opleidingstraject eruit? “Er zijn twee vormen: de ROC (RPAS Operator Certificate) en ROC- Light. We focussen op de eerste; die is bedoeld voor professionals en staat qua status gelijk aan een normaal vliegbrevet. De opleiding omvat een theorietraject van 2,5 dag, daarna volgt een halve dag van examens. De praktijktraining duurt gemiddeld drie tot zes uur. Er wordt gevlogen met handmatig bestuurde drones, zonder stabilisatie. De Inspectie Luchtvaart en Transport (ILT) vereist dat. Met het theorie- en praktijkcertificaat en een geslaagde medische test kan het Remote Pilot Licence (RPA-L) worden aangevraagd bij de ILT.” Wat kost zo’n opleiding? “Gemiddeld ongeveer 3.000 euro, exclusief BTW.” Hoe ziet de arbeidsmarkt voor dronepiloten eruit? “Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van professionele drones. Denk aan luchtfotografie, het filmen van evenementen, inspectie van industriële complexen en surveillance voor de agrarische sector. Onderzoek toont aan dat die groei nog minstens tot 2030 doorzet. Er zijn op dit moment in Nederland 43 bedrijven die werken met een ROC en 329 met een ROC-Light.” Matthijs van Essen is professioneel dronepiloot bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR). “We gebruiken drones, officieel Remotely Piloted Aircraft System (RPAS), onder andere voor het testen van sensors in de lucht. Dat is goedkoper dan met een vliegtuig of helikopter.”Ook verzorgt het NLR sinds 2013 opleidingen tot dronepiloot. ronepiloot: vliegen vanaf de grond D Matthijs van Essen is professioneel dronepiloot bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR). TEKST: Klaas-Jan van Woerkom Foto’s: Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

RkJQdWJsaXNoZXIy MjUzMjc=